Categoriearchief: zBlogs

Ontslagvergoeding voor de ambtenaar

Een ontslagvergoeding is geen vanzelfsprekendheid in het ambtenarenrecht. Een ambtenaar wordt in vaste dienst aangesteld, tenzij er grond is voor aanstelling in tijdelijke dienst. Denk daarbij aan een proeftijd, het ontbreken van een verklaring omtrent gedrag, een opleiding of vorming, oproepwerkzaamheden of een tijdelijk beroep op de arbeidsmarkt. De ontslaggronden voor de ambtenaar in vaste dienst zijn vastgelegd in artikel 98 ARAR. Deze komen neer op ontslag op eigen aanvraag, wegens verplaatsing van de dienst (waaronder reorganisatie), politieke functies, persoonlijke gronden, disciplinaire straf, ongeschiktheid, onbetrouwbaarheid of functionele leeftijd. Doet zich een van deze ontslaggronden voor, dan is ontslag uit vaste dienst mogelijk zonder enige vergoeding. De wetgever is zich echter ervan bewust geweest, dat zich ook andere gewichtige redenen kunnen voordoen voor ontslag. Artikel 99 ARAR bepaalt daarom, dat de ambtenaar ook op andere gronden kan worden ontslagen. In dat geval heeft hij wel recht op een ontslagvergoeding. De vergoeding is minstens gelijk aan de hoogte van zijn werkloosheidsuitkering en bovenwettelijke uitkering. Daarnaast moet bij bepaalde ontslaggronden een opzegtermijn in acht worden genomen. Dat geldt voor ontslag uit tijdelijke dienst, reorganisatie-ontslag en ontslag wegens weigering bij herplaatsing. Is de vereiste opzegtermijn niet in acht genomen, dan heeft de ambtenaar recht op een ontslagvergoeding gelijk aan de bezoldiging over die opzegtermijn.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran

Werkdruk: rusttijden, werktijden en pauzes

In de harde concurrentiestrijd om de gunst van de klant garanderen bedrijven korte levertijden. Maar hoeveel werkdruk mag daarbij op de werknemer worden gelegd? Ter bescherming van de werknemer zijn bij wet minimale rusttijden en maximale werktijden bepaald. Volgens artikel 5:3 Arbeidstijdenwet heeft de werknemer recht op minstens 11 uur onafgebroken rust per dag. Per week heeft hij recht op 36 uur (1,5 dag) onafgebroken rust. Een alternatief is 60 uur (2,5 dag) per 9 dagen. Met betrekking tot de werktijden mag op grond van artikel 5:7 Arbeidstijdenwet niet langer worden gewerkt dan 9 uur per dag, 45 uur per week en in elke periode van 13 weken (kwartaal) gemiddeld 40 uur per week. Wel kan bij CAO daarvan worden afgeweken. Tot maximaal 10 uur per dag, 50 uur per week en in elke periode van 13 weken gemiddeld 45 uur per week. Daarnaast heeft de werknemer recht op 30 minuten pauze per werkdag van niet meer dan 8 uur. Werkt hij meer dan 8 uur, dan heeft hij recht op 45 minuten pauze. Bij een werkdag van meer dan 10 uur heeft hij recht op 60 minuten pauze. De pauzes liggen in de periode tussen 2 uur na aanvang en 2 uur voor het einde van de arbeid. Voor jeugdige werknemers (16 en 17 jaar) gelden langere rusttijden en kortere werktijden. Lukt het niet om binnen deze grenzen de levertijden te halen, dan zal de werkgever een beroep moeten doen op extra arbeidskrachten.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran

Tijdige loonbetaling afdwingen

U heeft gewerkt maar het loon wordt niet betaald. Wat doet u daaraan? Loon moet worden betaald telkens na afloop van het tijdvak waarover het loon moet worden berekend. Dat kan zijn per dag, week, 4 weken, maand of kwartaal. De werkgever is verplicht het loon minstens een keer per maand te betalen. Hij hoeft niet sneller te betalen dan een keer per week. In artikel 7:616 Burgerlijk Wetboek is bepaald, dat de werkgever tevens verplicht is het loon op de bepaalde tijd aan de werknemer te voldoen. Die tijden kunnen zijn vastgelegd in een arbeidsovereenkomst, arbeidsvoorwaardenregeling of CAO. Als er geen tijd is bepaald moet het loon terstond worden voldaan. Op te late betaling stelt de wet in artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek een privaatrechtelijke boete. Als het loon na 3 dagen nog niet is voldaan, kan de werknemer namelijk aanspraak maken op een verhoging. De verhoging is voor de vierde tot en met de achtste werkdag vastgesteld op 5% per dag. Voor elke volgende werkdag is de verhoging 1% per dag. De verhoging is echter gemaximeerd tot de helft van het verschuldigde loon. Daarnaast is de rechter bevoegd om de verhoging te matigen. Verder kan de werknemer de wettelijke rente van de werkgever vorderen. Dat is mogelijk over zowel het loon als de wettelijke verhoging. De rechter mag de gevorderde rente niet matigen. De werkgever doet er daarom verstandig aan om de nodige voorzichtigheid te betrachten bij looninhouding.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran

Rente wegens te late betaling

Doorgaans is in algemene voorwaarden opgenomen, dat de schuldenaar bij te late betaling een bepaald percentage rente verschuldigd zal zijn. Bij een dergelijke contractuele rente kan elk percentage worden overeengekomen, voor zover geen misbruik van omstandigheden wordt gemaakt. Is daarover niets bepaald, dan kan de schuldeiser aanspraak maken op de wettelijke rente. Immers, artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat schadevergoeding wegens vertraging in voldoening van een geldsom bestaat in de wettelijke rente (± 4%) van die geldsom over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Blijkens artikel 6:81 Burgerlijk Wetboek is de schuldenaar in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden. De prestatie is opeisbaar geworden wanneer de betalingstermijn is verstreken. Het verzuim treedt in werking wanneer de schuldenaar bij een schriftelijke aanmaning in gebreke wordt gesteld en nakoming toch uitblijft. Daarbij dient de aanmaning een redelijke termijn voor nakoming te bevatten. Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding reeds blijkt dat een aanmaning nutteloos zou zijn, is een schriftelijke aansprakelijkstelling voldoende. Rechtspersonen en natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf zijn ingevolge artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek de hogere wettelijke handelsrente (± 8%) verschuldigd. Denk aan een NV, BV, VOF, CV of eenmanszaak.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran

Toepasselijkheid van algemene voorwaarden

Bedrijven verwijzen vaak naar algemene voorwaarden om hun facturen betaald te krijgen. Over de toepasselijkheid daarvan heeft de Hoge Raad op 2 december 2011 arrest gewezen in een geschil tussen een bouwbedrijf en hotel/restaurant De Echoput. Algemene voorwaarden zijn op grond van artikel 6:233 Burgerlijk Wetboek vernietigbaar, indien deze onredelijk bezwarend zijn (zwarte/grijze lijst) of de gebruiker geen redelijke mogelijkheid aan de wederpartij heeft geboden om daarvan kennis te nemen. Door vernietiging blijven de algemene voorwaarden buiten toepassing. Deze mogelijkheid is geboden, indien de gebruiker de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld (overhandigen of toezenden). Is dit niet mogelijk, dan dient van tevoren aan hem bekend zijn gemaakt dat de algemene voorwaarden ter inzage liggen bij hem, een Kamer van Koophandel of een rechtbank. Indien de algemene voorden langs elektronische weg (internet) aan de wederpartij ter beschikking zijn gesteld, moeten deze door hem kunnen worden opgeslagen en toegankelijk zijn voor latere kennisneming. Zijn de algemene voorwaarden niet van tevoren ter hand zijn gesteld, dan moeten deze op verzoek van de wederpartij onverwijld en kosteloos worden toegezonden. Bij een juist gebruik van de algemene voorwaarden is de wederpartij blijkens artikel 6:232 Burgerlijk wetboek ook  dan aan de algemene voorwaarden gebonden, indien de gebruiker begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran