Ontslagvergoeding voor de ambtenaar

Een ontslagvergoeding is geen vanzelfsprekendheid in het ambtenarenrecht. Een ambtenaar wordt in vaste dienst aangesteld, tenzij er grond is voor aanstelling in tijdelijke dienst. Denk daarbij aan een proeftijd, het ontbreken van een verklaring omtrent gedrag, een opleiding of vorming, oproepwerkzaamheden of een tijdelijk beroep op de arbeidsmarkt. De ontslaggronden voor de ambtenaar in vaste dienst zijn vastgelegd in artikel 98 ARAR. Deze komen neer op ontslag op eigen aanvraag, wegens verplaatsing van de dienst (waaronder reorganisatie), politieke functies, persoonlijke gronden, disciplinaire straf, ongeschiktheid, onbetrouwbaarheid of functionele leeftijd. Doet zich een van deze ontslaggronden voor, dan is ontslag uit vaste dienst mogelijk zonder enige vergoeding. De wetgever is zich echter ervan bewust geweest, dat zich ook andere gewichtige redenen kunnen voordoen voor ontslag. Artikel 99 ARAR bepaalt daarom, dat de ambtenaar ook op andere gronden kan worden ontslagen. In dat geval heeft hij wel recht op een ontslagvergoeding. De vergoeding is minstens gelijk aan de hoogte van zijn werkloosheidsuitkering en bovenwettelijke uitkering. Daarnaast moet bij bepaalde ontslaggronden een opzegtermijn in acht worden genomen. Dat geldt voor ontslag uit tijdelijke dienst, reorganisatie-ontslag en ontslag wegens weigering bij herplaatsing. Is de vereiste opzegtermijn niet in acht genomen, dan heeft de ambtenaar recht op een ontslagvergoeding gelijk aan de bezoldiging over die opzegtermijn.

mr. A.S. (Albert) Kasdiran