Categoriearchief: Incasso

Incasso in Den Bosch, Oss en Veghel

Incasso. U zit er niet op te wachten, maar als schuldeiser wilt u wel geld zien. Wat nu als de schuldenaar niet betaalt? U zou een betalingsregeling kunnen treffen, maar daartoe bent u niet verplicht. Daarbij speelt een rol dat de lonen van uw medewerkers en de huur van uw bedrijfspand op tijd moeten worden betaald. U zou ook stil kunnen zitten en hopen dat het vanzelf goed komt. Die afweging kunt u zelf het beste maken.

Jurist incasso

Kiest u toch voor incasso, kies dan voor Kasdiran Rechtspraktijk. Wij zijn als incassojurist ook actief voor bedrijven in de regio Den Bosch, Oss en Veghel. Met jarenlange proceservaring hanteren wij een effectieve werkwijze om uw geld te incasseren. In onze aanpak worden verweren met juridische argumenten weerlegd en worden procedures bij de rechter resultaatgericht gevoerd. Wij hanteren korte communicatielijnen en laten ons alleen leiden door uw belang.

No cure no pay

Wij zijn zo overtuigd van de kwaliteit van onze dienstverlening, dat incassozaken ‘no cure no pay’ worden behandeld. U hoeft ons dus niet te betalen als wij het geld niet weten te innen. Wordt het geld wel geïnd, dan worden de kosten door de wet of rechter bepaald. Bovendien worden de kosten op de schuldenaar verhaald. Zo hoeft incasso u niets te kosten.

Voor meer informatie: Kasdiran Rechtspraktijk │T 0412-484256 │ E info@kasdiran.com

Vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

Auteur: mr. A.S. Kasdiran
Datum: 1 september 2017

Om betalingsachterstanden tegen te gaan kunnen de incassokosten op de andere partij worden verhaald. Als uw wederpartij zijn betalingsverplichting niet nakomt, is hij namelijk verplicht de schade die u daardoor lijdt te vergoeden. In artikel 6:96 BW is bepaald, dat de ‘redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte’ als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen. Voor deze buitengerechtelijk incassokosten dient de wederpartij wel in verzuim te zijn. Het verzuim treedt in de regel in wanneer de wederpartij door een schriftelijke aanmaning in gebreke wordt gesteld, waarbij een redelijke betalingstermijn wordt gesteld en betaling binnen deze termijn uitblijft. Voor consumenten geldt een termijn van 14 dagen als redelijke betalingstermijn. Ter bescherming van vooral consumenten zijn de buitengerechtelijke incassokosten sinds 1 juli 2012 genormeerd. Deze bedragen: 15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom, plus 10% over de volgende € 2.500, plus 5% over de volgende € 5.000, plus 1% over de volgende € 190.000 en plus 0,5% over het meerdere. Daarbij geldt een minimum van € 40 en maximum van € 6.775. In het arrest ‘FA-MED/Y’ heeft de  Hoge Raad bepaald, dat voor deze normbedragen geen nadere incassohandeling nodig is dan de schriftelijke aanmaning. De verschuldigdheid is uitsluitend gerelateerd aan de hoogte van de hoofdsom en niet aan de aard en omvang van de verrichte incassowerkzaamheden (HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405). Bij handelsovereenkomsten – overeenkomsten tussen bedrijven – is het minimum van € 40 reeds zonder aanmaning verschuldigd. Bovendien is het bij handelsovereenkomsten toegestaan om hogere buitengerechtelijke incassokosten te bedingen. De Hoge Raad wijst de hogere incassokosten toe wanneer wordt gesteld en aannemelijk gemaakt, dat de werkelijke kosten hoger zijn. Slaagt u daar niet in, dan worden de incassokosten gematigd tot de normbedragen (HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868). Ook in een gerechtelijke procedure worden de incassokosten vergoed. Daartoe wordt de wederpartij als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Voor meer informatie:
Kasdiran Rechtspraktijk │T 0412-484256 │ E info@kasdiran.com

Betaling van de hoofdsom, rente en kosten

Auteur: mr. A.S. Kasdiran
Datum: 1 juni 2017

Incassozaken ontstaan soms simpelweg door betalingsverschillen. Met de betaling wordt in de administratie van de schuldeiser een ander openstaand bedrag verwerkt dan in de administratie van de schuldenaar. Om dit te voorkomen zijn in de wet regels opgenomen voor het verwerken van de betaling. Indien een betaling kan worden toegerekend aan twee of meer verbintenissen (bijvoorbeeld: meerdere facturen), wordt de betaling volgens artikel 6:43 BW in de eerste plaats verwerkt volgens de aanwijzing van de schuldenaar. Pas bij gebreke daarvan geschiedt toerekening naar opeisbaarheid, vervolgens naar bezwarendheid en oudheid en tenslotte naar evenredigheid. Volgens de Hoge Raad zal bij de beoordeling van de vraag welke de meest bezwarende verbintenis is, moeten worden onderzocht bij betaling van welke schuld de schuldenaar het meeste belang heeft. Vaak zal de hoogte van de rente een beslissende rol spelen, maar ook kan de schuldenaar er belang bij hebben om de aan een schuld verbonden zaak vrij te krijgen. Daarnaast zou vertraagde betaling van de ene schuld tot zwaardere sancties kunnen leiden dan van een andere schuld (HR 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX9799). Is eenmaal duidelijk aan welke verbintenis een betaling moet worden toegerekend, dan is in artikel 6:44 BW geregeld hoe de betaling moet worden toegerekend aan de hoofdsom, rente en kosten. De volgorde luidt: eerst de kosten, daarna de verschenen rente en tenslotte de hoofdsom en lopende rente. De Hoge Raad is van oordeel, dat eerst met behulp van artikel 6:43 BW moet worden bepaald aan welke hoofdverbintenis de betaling moet worden toegerekend. Vervolgens moet aan de hand van artikel 6:44 BW worden bepaald hoe de betaling ten aanzien van deze hoofdverbintenis en de daarbij behorende rente en kosten moet worden toegerekend (HR 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:806). Daarbij omvatten de bedoelde kosten ook de buitengerechtelijke incassokosten. Voor de berekening van de buitengerechtelijke incassokosten dienen de hoofdsommen bij elkaar te worden opgeteld.

Voor meer informatie:
Kasdiran Rechtspraktijk │T 0412-484256 │ E info@kasdiran.com

Vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandverzekering

Auteur: mr. A.S. Kasdiran
Datum: 1 maart 2017

Wie een rechtsbestandverzekering heeft, mag voor de behandeling van een gerechtelijke of bezwaarprocedure zijn eigen advocaat of andere rechtshulpverlener kiezen. Dit recht op vrije advocaatkeuze volgt uit artikel 4 van Richtlijn 87/344/EEG van 22 juni 1987 van de Raad van Europese Gemeenschappen. Artikel 4:67 Wet op het financieel toezicht verplicht de verzekeraar het recht op vrije advocaatkeuze in de verzekeringsovereenkomst te vermelden. Echter, in de praktijk werd door de verzekeraar de voorwaarde gesteld, dat rechtsbijstand in beginsel door de eigen werknemers wordt verleend en de kosten van een vrij gekozen advocaat slechts worden vergoed, indien de verzekeraar van mening is dat de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed. Volgens het Hof van Justitie mag deze voorwaarde niet worden gesteld. Daartoe heeft zij in het arrest ‘Sneller/DAS’ als volgt overwogen: “Het belang van de voor rechtsbijstand verzekerde houdt in, dat deze in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure zelf zijn advocaat moet kunnen kiezen of elke andere persoon met kwalificaties die door het nationale recht worden erkend” (HvJEU 7 november 2013, Celex: 31987L0344). In navolging van het Hof is in het arrest ‘Y/DAS’ ook de Hoge Raad tot het oordeel gekomen, dat de verzekeraar verplicht was de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. In die zaak ging het om een administratieve BBA-ontslagprocedure tegen UWV (HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901).

Voor meer informatie:
Kasdiran Rechtspraktijk │T 0412-484256 │ E info@kasdiran.com